Hans Lachman

Uit OmroepmuziekWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Heinz Adolf (Hans) Lachman (Berlijn, 7 maart 1906 - Amsterdam, 27 juni 1990) was een uit Duitsland afkomstige Nederlands musicus, componist en arrangeur.
Pseudoniem: H.J. van Limburg.


Inhoud

Biografie

Hans Lachman studeerde in de jaren twintig wis- en natuurkunde aan de Universiteit van Berlijn, onder wetenschappers als Albert Einstein, Nils Bohr en Max Planck. Hij was echter ook een hartstochtelijk musicus met een gedegen muziektheoretische vorming en koos voor dat beroep.
Lachman speelde verschillende blaas- en toetsinstrumenten en was vanaf 1930 vast verbonden aan Sid Kay’s Fellows, de eerste jazzband van Berlijn, en vaste bespeler van het vermaarde swingetablissement Haus Vaterland. Daarnaast werkte hij in die jaren als musicus en arrangeur bij de Nelson Revues, voor de platenmaatschappij Lindström en voor de fllmproductiemaarschappij UFA.
Kort na de machtsovername door de nazi’s in 1933 verliet Lachman met zijn vrouw Duitsland en in het najaar van 1933 vestigde het echtpaar zich in Amsterdam. Hij werd trombonist en arrangeur in het Tuschinski-orkest van Max Tak. Via Tak kreeg hij tevens opdrachten om muziek te componeren en te arrangeren voor meer dan tien films, waaronder Het Meisje met den Blauwen Hoed (1934) van Rudolph Meinert en Op Stap (1935) van Ernst Winar.
Daarnaast verzorgde hij de arrangementen voor een plaatopname van The Internationals van Jack en Louis de Vries (1934) en had hij in datzelfde jaar een gastoptreden voor een plaat van The Ramblers van Theo Uden Masman.
Lachman werkte voor de Tweede Wereldoorlog ook een aantal jaren voor de Snip en Snap Revue.
Na de anti-joodse verordeningen van de Duitse bezetters was hij van 1941 tot de zomer van 1942 als trombonist en arrangeur verbonden aan het Joodsch Amusementsorkest onder leiding van Bernard Drukker en speelde hij in het Joodsch Symphonie Orkest. Toen deportatie dreigde, dook hij met vrouw en kind onder in Noord-Limburg, waar zij in 1944 werden bevrijd.
Aanvankelijk was Lachman na de oorlog opnieuw actief op het gebied van de lichte muziek. Hij werkte geruime tijd met The Grasshoppers van Cor Perez.
Rond 1950 formeerde Lachman zijn eerste eigen ensemble, het Ensemble Lachmann, met blazers van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), later opgevolgd door Moments Musicaux, met blazers én strijkers van het KCO.
In mei 1951 verkreeg hij de Nederlandse nationaliteit. In zijn eigen composities ging hij zich meer en meer richten op de serieuze muziek. Eind jaren vijftig stelde hij zijn muzikale kwaliteiten ook in dienst van de Liberaal joodse Gemeente Amsterdam, waar hij van 1958 tot 1968 het orgel bespeelde en regelmatig het koor leidde.
Op 5 mei 1960 werd in de kerk van het Limburgse plaatsje Grubbenvorst een door Lachman gecomponeerd requiem uitgevoerd. Hij componeerde dit werk ter nagedachtenis aan pastoor Hendrikus (Henri) Vullinghs [1]. Vullinghs speelde een wezenlijke rol in het overleven van de familie Lachman in Limburg.
Van deze mis is In december 1959 ook een opname gemaakt door het Radio Kamerorkest en het Klein Radiokoor onder leiding van Maurits van den Berg, met medewerking van Pierre Palla op het orgel.
De autograaf van deze mis bevindt zich in de collectie van de Muziekbibliotheek van de Omroep.


Betekenis voor de omroepmuziek

In de jaren dertig schreef Hans Lachman composities en arrangementen voor radio-ensembles. In de tweede helft van de jaren veertig zette hij zijn werkzaamheden bij de radio als arrangeur, pianist en ensembleleider voort. Hij schreef arrangementen voor het Metropole Orkest en voor het orkest van Hugo de Groot.
In 1958 componeerde Lachman de radiofonische cantate Amsterdam op tekst van Evert Werkman.


Bronnen en referenties

Artikel van Shirah Lachmann in Joden in Nederland in de twintigste eeuw, een biografisch woordenboek. - Amsterdam, Winkler Prins, 2007

Externe links

Persoonlijke instellingen
informatie